|
Boek Jaap van der Marel en Leendert de Vink over gezegdes in Katwijks dialect
'In z'n volle fellewaesie weze'
Door Rob Onderwater
KATWIJK – Eerst maar even het slechte nieuws. Het duurt nog zeker vier jaar voordat het Katwijks woordenboek het levenslicht ziet. De samenstellers Jaap van der Marel en Leendert de Vink denken die tijd nodig te hebben om 'volledig te zijn'.
Dat terwijl ze al vijf jaar bezig zijn. Maar de liefhebbers van het 'Kattuks' hoeven niet te wanhopen. Deze week verscheen een boekje met typisch Katwijkse gezegdes met de titel: Wel wel, 'n huis mit 'n bel, en dan nog vollek roupe!
in drieg staen
*bijna besloten hebben, in dubio staan (in drieg komt van het Nederlandse woord dreigen, dat in de achttiende eeuw onder andere 'van plan zijn' betekende)
Van der Marel en De Vink komen wekelijks bij elkaar om hun woordenboek te voltooien. Dat lijkt een saaie bezigheid, maar De Vink benadrukt dat de bijeenkomsten 'hoogtepuntjes' zijn. "Elke keer als we bij elkaar komen, stuiten we wel op iets bijzonders, wat het werk allemaal zo leuk maakt."
de duivel worde/weze
*des duivels, zeer kwaad worden/zijn
De twee hebben eerder afzonderlijk al boeken uitgegeven. De Vink schreef de Kleine grammatica van het Katwijks en Dialect en dialectverandering in het dialect van Katwijk aan Zee. Met die laatste uitgave promoveerde hij aan de Leidse universiteit. Van der Marel bracht Een handvol rozers uit. Vanzelfsprekend koesteren ze het dialect. Het sterft langzaam uit, maar het wordt in het dorp nog wel degelijk gesproken. Dat gebeurt door vissersfamilies en in bejaardenhuizen, maar ook in de Hoornes, de Noord en de omgeving van de Secr. Varkevisserstraat wordt nog Kattuks gesproken. Van der Marel: "Als ik op mijn plaatsje zit, hoor ik het de buren nog spreken." De Vink is ook nog tekstschrijver van Kappie, de strip die wekelijks in de Katwijksche Post verschijnt.
 |
Jaap van der Marel (tweede van links) en Leendert de Vink (tweede van rechts) reiken het eerste boekje, plus tegel, uit aan Adri van Beelen en Ruud Minnee. (Foto: Dick Hogewoning.) |
't Ezeltje hààd-ereen.
*De wachtsman is in slaap gevallen. (Letterlijk: Het ezeltje heeft zelf gereden. Het wil zeggen dat het schip willekeurig een eigen koers heeft gevolgd.)
Ze beschikken zelf over een rijke woordenschat, maar om een compleet woordenboek te maken moeten ze wel 'gevoed' worden. Dat gebeurt nog steeds – via de website katwijkswoordenboek.nl – maar, omdat het woordenboek groeit en groeit, begint de bron natuurlijk stilaan op te drogen, dat wel. "Heel veel hebben we al." Het idee voor het boekje met typisch Katwijkse gezegdes ontstond tijdens het werk aan het woordenboek.
Het gebeurt vaak dat een 'nieuw' woord een onderdeel is van een gezegde. Op een gegeven moment waren het er zoveel, dat de twee besloten om er een boekje over uit te brengen.
"Een gezegde is niet typisch iets voor het Katwijks, maar wel een kenmerk van een dialect om iets spitsvondig te zeggen," legt De Vink uit.
in z'n volle fellewaesie weze
*in de kracht, bloei van zijn leven zijn
'Fellewaesie'. Toen de twee auteurs met dat woord werden geconfronteerd, moesten ze op zoek. Want een gezegde is natuurlijk leuk, maar het is nog leuker om de lezers duidelijk te maken waar het woord vandaan komt. Soms is het niet te verklaren, zeggen De Vink en Van der Marel, maar uiteindelijk werd 'fellewaesie' ontrafeld. De Vink: "Het komt van een ouder Nederlands, vermoedelijk uit de zeventiende eeuw. Het woord is een verkatwijksing van valuatie, dat in figuurlijke zin 'waarde, gesteldheid' betekende." Volgens De Vink is de verschuiving naar de Katwijkse betekenis gauw gemaakt.
't Is wat, as 't komt in de nacht, sokkies ebrààid hebbe, en 't kind gien bientjies hebbe!
*Jammer, alles is voor niets geweest. (Letterlijk: Het is wat, als het komt in de nacht, als je sokjes gebreid hebt, en 't kind heeft geen voetjes.)
Soms denken de twee: waar komt die uitdrukking vandaan en hoe hebben ze het ooit verzonnen. Van der Marel: "Over die 'bientjies', dat is een beetje absurd en beledigend. Maar daar stonden ze vroeger niet bij stil, ze zeiden maar wat, zonder te beseffen dat ze mensen er pijn mee konden doen. We hebben wel eens reacties gehad van Katwijkers, die een uitdrukking echt verschrikkelijk vonden."
de fietel hebbe/de fieteldans hebbe
*onrustig heen en weer bewegen op de benen of op de zitplaats
Dat is ook een uitdrukking waar mensen aanstoot aan kunnen nemen. De fieteldans komt van sint-vitusdans (chorea minor), een zenuwziekte die vooral bij kinderen voorkomt. En over kinderen gesproken, 'slimmeriken' worden vergeleken met een garnaal.
'n Gààrent hààt òòk òòchies.
*Een kind kan verrassend opmerkzaam zijn. (Letterlijk: Een garnaal heeft ook oogjes.)
In het boekje, dat donderdagavond in het Katwijks Museum werd gepresenteerd, staan 144 uitdrukkingen. Er zijn tweeduizend exemplaren van gedrukt. De liefhebbers kunnen er nog een speciale tegel bij kopen met de spreuk 'Wel wel, 'n huis mit 'n bel, en dan nog vollek roupe!'
Eerder verschenen in het Leidsch Dagblad, 23 oktober 2010.
|