De Vink en Van der Marel werken samen aan Katwijks woordenboek

‘Twie wete maer as ien’

Over een jaar of vijf zal het pas verschijnen, maar nu al weten ze dat ze toch kritiek zullen oogsten. 'Er zullen altijd mensen zijn die vinden of denken dat er woorden vergeten zijn of niet juist omschreven.' Maar dat vooruitzicht weerhoudt ze er niet van om met volle overtuiging door te gaan met de samenstelling van het Katwijks Woordenboek. In de laptop staan inmiddels zo'n 2000 woorden alfabetisch gerangschikt en daarachter voorzien van een omschrijving. En vaak gaat die ook nog eens gepaard met een heerlijke Kattekse volzin.

Leendert de Vink (44) en Jaap van der Marel (57), beiden geboren en getogen Katwijkers maar niet woonachtig in het zeedorp, werken nu ruim een jaar samen aan het Katwijks Woordenboek. De Vink, werkzaam bij de Universiteitsbibliotheek Leiden, is daar


Leendert de Vink en Jaap van der Marel, hier voor de Vierboet (vuurtoren), waar volgens de overlevering de Katwijkse kinderen vandaan komen, werken samen aan het Katwijks Woordenboek. (Foto: Frans Roomer.)

eigenlijk al sinds 1999 mee bezig als gevolg van zijn onderzoek naar 'Dialect en dialectverandering in Katwijk aan Zee', waarop hij in 2004 promoveerde. In datzelfde jaar verscheen van zijn hand de 'Kleine grammatica van het Katwijks', het zogenoemde 'Blauwe Boekje' (''t Blaeuwe Boukje').

Bij dat onderzoek, waarvoor hij veel nog Katwijks sprekende ouderen interviewde, verzamelde hij zoveel interessante woorden en gezegden dat al snel het idee bij hem opkwam om een Katwijks woordenboek te schrijven. Dat woordenboek moet de veel uitgebreidere opvolger worden van het 'Woordenboek van de volkstaal van Katwijk aan Zee' uit 1949 van professor G.S. Overdiep, met medewerking van Katwijker C. Varkevisser, directeur van de toenmalige visserijschool. 'We hebben sinds kort officieel toestemming van de families Overdiep en Varkevisser om dat woordenboek te verwerken in het nieuwe woordenboek,' zegt De Vink met enige voldoening.

Massa materiaal
'In 1999 zijn de eerste stappen voor het woordenboek gezet,' blikt De Vink terug, 'Vanaf die tijd is er een massa materiaal binnengekomen, per post en per e-mail. Gigantisch veel materiaal.' Zoveel dat hij vorig jaar besloot om de hulp in te roepen van Van der Marel. Die oud-Katwijker - over enkele maanden keert hij terug naar zijn geboortegrond -  is hoofdinspecteur bij het Marine Beveiligingskorps en schreef columns in de Katwijk Speciaal over het Katwijks dialect. Zijn interesse voor taal en dialect werd gewekt toen hij destijds bij dat korps in de opleidingssfeer werkzaam was. 'Het is heel raar met een dialect,' vertelt Van der Marel. 'Op de middelbare school doe je er alles aan om het zo snel mogelijk af te leren. Maar op een gegeven moment krijg je die interesse weer terug.' De Vink vult aan: 'Je moet het eerst afleren om het daarna te gaan bestuderen.'
De doelstelling van het maken van een Katwijks woordenboek is om het dialect zo volledig mogelijk vast te leggen. Van der Marel: 'In de eerste plaats natuurlijk omdat het dialect verdwijnt, omdat de tijd voortschrijdt en we straks te laat zijn. Bovendien heeft het dialect een belangrijke museale waarde. We leggen het vast voor de generaties nu en na ons. Het Katwijks geeft daarbij, als belangrijke – zoniet de belangrijkste – vertegenwoordiger van het oude, zeventiende-eeuwse Hollands, ook inzicht in hoe het Nederlands ontstaan is. In de tweede plaats vooral ook omdat het zo’n prachtig en rijk dialect is, met niet alleen unieke woorden, maar ook hele bijzondere uitdrukkingen, en zelfs gezegdes en spreekwoorden die het Nederlands niet kent. Het Katwijks heeft een heel rijk idioom.'

'Het is een monnikenklus,' zegt De Vink, vooruitblikkend op zeker nog vijf jaar noeste arbeid naast het dagelijkse werk: 'Je moet eigenlijk wel een beetje gek zijn om hier aan te beginnen. Maar als het nu niet gebeurt, gebeurt het hierna nooit meer. Iedere stap die je zet, is er een. In het begin was het nog vooral verzamelen. Daarna was het uitproberen hoe je zoiets vorm moet geven. Dat viel niet mee, dat is zelfs verschrikkelijk ingewikkeld. Het is niet een kwestie van even wat woorden op alfabetische volgorde zetten. Er komt van alles bij kijken: wat doe je met grammaticale aanduidingen? Hoe ver ga je daarin? Wat doe je met verwijzingen? Hoe hou je alles duidelijk en overzichtelijk? En naarmate de klus vordert: hoe blijf je daarin consistent? Met andere woorden: als je bij de p bent, moet het woordenboek nog steeds zo gemakkelijk te gebruiken, te lezen zijn als toen je bij de a was. We zijn daar voor zeker negentig procent nu wel uit.'

De hulp van Van der Marel kwam daarom als geroepen. 'Vooral dit laatste jaar merk ik dat het opschiet, dat het woordenboek vorm krijgt. We stimuleren elkaar enorm. Ik ben ervan overtuigd dat het gaat lukken, dat deze megaklus ooit afkomt. We zitten nu op meer dan 200 pagina’s en dat worden er toch zeker wel 1000. Maar we houden het voorzichtigheidshalve voorlopig maar op 700 pagina’s.'

Tegenpolen
De Vink en Van der Marel zijn in hun werk aan het Katwijks woordenboek elkaars tegenpolen. De Vink is de academicus, die het wetenschappelijke karakter van het woordenboek in wording bewaakt, de lijnen uitzet en de bronnen aanboort voor bestudering en optekening van het dialect. Van der Marel is degene die zijn kompaan probeert te behoeden voor valkuilen in de omschrijving van betekenissen. Hij is het ook die vaak voorbeelden aandraagt. 'Het streven is om waar mogelijk de teksten van een luchtige toets te voorzien.' Bovendien is de samenwerking pragmatisch: 'Twie wete maer as ien (twee weten meer dan één),' zegt Van der Marel. 'We hebben binnen onze samenwerking verschillende disciplines die elkaar aanvullen. De meerwaarde van die samenwerking is niet alleen de klankbordfunctie die je ten opzichte van elkaar hebt, maar ook de stimulans en motivatie om door te gaan.'

'In het begin was het natuurlijk even wennen aan elkaar,' bekent De Vink, onder andere door verschil van inzicht. 'Maar de samenwerking verloopt nu opperbest. We moesten bijvoorbeeld tot een uniforme spelling komen. Daar hebben we wel wat discussie over gehad. Zo heb ik bijvoorbeeld de àè-spelling voor een ee opgegeven, zoals ik die schreef in màèr, kàèr, dàèl en màèstal. Dat is nu dezelfde ae als voor de aa geschreven wordt, dus maer, kaer, dael en maestal. Dat verschil is er nu dus niet meer.' Een ander verschil is juist weer teruggekomen. De Vink had alle u’s gelijkgeschakeld, terwijl er volgens Van der Marel toch een groot verschil is tussen de gesloten u en de open ù, in respectievelijk pul en wùrref. Over het verschil tussen de oo en de òò, beide voor een Nederlandse oo, maar met een andere etymologie, waren beide schrijvers het helemaal eens. En Van der Marel was gewend ezettet voor gezet te schrijven, maar dat is nu ezetted geworden, als logisch afgeleide van zettede, zoals De Vink dat schreef.

Een niet onbelangrijk facet binnen de samenwerking, is dat Van der Marel nog wat Kattekser is dan De Vink. 'Dat is een voordeel,' vindt de laatste. 'En ik neem mijn onderzoek en taalstudie als bagage mee. We vormen dus eigenlijk de ideale combinatie om het woordenboek van de grond te krijgen.'

Bulken
De Vink en Van der Marel zijn op het moment vooral druk met het 'bulken' van de in de afgelopen jaren verkregen informatie in de computer. Die informatie is verkregen uit eigen kennis, luisteren naar Katteks sprekenden – die er, hoewel in steeds mindere mate, nog steeds zijn –, uit vroegere woordverzamelingen, handschriften, enquêtes, en niet in de laatste plaats door de honderden e-mails van Katwijkers die de afgelopen jaren trouw Katwijkse woorden en uitdrukkingen opstuurden.

Twee avonden per week komen de twee woordenboekenwurmen bij elkaar om de nog zeker 30 centimeter dikke stapel papier met informatie te verwerken. De Vink: 'We hebben nog heel veel materiaal te verwerken; 't is een oezie van woorden en uitdrukkingen. We kunnen nog jaren vooruit. Gelukkig is er de computer. Je kunt je niet voorstellen hoe het vroeger met systeemkaarten ging.' Het invoeren is meer dan alleen het opslaan van woorden met de Nederlandse betekenis daarvan, maar ook de vervoegingen van werkwoorden, verwijzingen, eventueel de Latijnse naam als het bijvoorbeeld om planten of dieren gaat, en korte Katwijkse zinnetjes of gezegden waarin het woord een rol speelt.
'Je algemene ontwikkeling en feitenkennis neemt enorm toe,' vertelt Van der Marel. 'Op zoek naar de betekenis of oorsprong van woorden of gezegden moet je er namelijk ontzettend veel omheen lezen. Want moeten er zeker van zijn dat het een echt Katwijks woord is. Er zijn tal van woorden die Katwijks lijken maar dit niet zijn. Zo hadden we laatst het woord bast in de betekenis van bovenlijf. Dat blijkt een bestaand Nederlands woord. Dergelijke woorden slaan we op in de Niet-Katwijkslijst, een vinding van Leendert, om die woorden niet nog een keer tegen te komen. Soms is het een teleurstelling als je denkt een echt Katwijks woord te hebben, dat je vervolgens probleemloos kunt vinden in de Dikke Van Dale.' Andere naslagwerken die de beide woordenboekenmakers gebruiken zijn onder andere het 32-delige Woordenboek der Nederlandsche Taal (dat is vier meter woordenboek!), andere dialectwoordenboeken, waaronder bijvoorbeeld het Zeeuwse, encyclopedieën, boeken over de zeevaart en de visserij, enzovoort, enzovoort.

Katwijks beste voetballer aller tijden (van dit moment) heeft het in ieder geval al geschopt tot het woordenboek van De Vink en Van der Marel. Bij de naam Kwie Bois, Katwijks voor Quick Boys. 'Dirrek Kuyt is z’n-leve nog bij Kwie Bois begonne,' valt te lezen op de laptop van De Vink. 'Een Kwie Boishart is ook zoiets,' zegt Van der Marel terloops. 'Die staat er nog niet in,' weet De Vink en vult die uitdrukking ter plekke in. 'Een mooi voorbeeld van onze werkwijze,' zegt de neerlandicus. De voetbalfans in Katwijk kunnen overigens gerust zijn. Ook de voetbalvereniging Kattek komt in het woordenboek ruimschoots aan bod.

Volop genieten
Het Katwijks woordenboek moet meer worden dan alleen een naslagwerk van woorden. 'Er staan bijvoorbeeld ook topografische woorden en uitdrukkingen in, zoals de Zwaeikom (Zwaaikom),' licht De Vink toe. 'Waar die benaming vandaan komt is straks te lezen in het woordenboek, dat daarmee ook een encyclopedische en etymologische functie krijgt.' Een woordenboek met 'couleur locale' noemt De Vink dat. 'Ons doel is om een woordenboek te maken dat uitnodigt tot lezen. Waarin je woorden kunt opzoeken, maar ook volop kunt genieten van typisch Katwijkse gezegden en zinnen. Maar tegelijkertijd blijft het een serieus woordenboek,' verzekert De Vink. 'Niet een of ander commercieel geval. Dat zijn wij onze voorgangers en de Katwijkse samenleving verplicht. Het is daarom een heel precieze en tijdrovende klus, maar voor ons nog steeds volop genieten. Zeker als we weer eens op een nieuw Katwijks woord stuiten.'

Eerder verschenen in De Katwijksche Post, 14 september 2006.

Copyright 2007 KatwijksWoordenboek.nl Ontwerp door Betterwebsites.nl