|
Grootjes Poortje
door C. Varkevisser
Hebt ge wel eens gehoord van 'Grootjes Poortje'? Neen, het is niet met veel andere karakteristieke hoekjes van het oude Katwijk (denk b.v. aan het 'kerkhaventje' om de Oude Kerk) in de jaren 1943-'44 verdwenen, gesloopt door vandalen met een boordje om, naar het heette op last van de bezetter, maar door Nederlanders, die 'dankbar sich verheugend', deze last uitvoerden, met een ijver een betere zaak zaak waardig.
Een grote groep nijvere, spaarzame Katwijkers geniet, dank zij het egoïsme dezer 'heren' slopers, thans het twijfelachtig voorrecht om tot de 'oorlogsgetroffenen' te behoren, en zouden de 'heren' nog wat meer judaspenningen hebben kunnen verdienen door ook het oeroude 'Grootjes Poortje' te slopen, dan hadden zij dat zeker niet nagelaten. Maar het was daarvoor te ver en te sterk! Hoewel het ouder is dan het oudste bekende gebouw in onze omgeving, kan het zelfs de zwaarste bomaanval nog doorstaan.
'Grootjes Poortje' is nl. gevormd door de natuur en het bevindt zich op (of moet ik zeggen bij) de Shetlandse eilanden, een slordige 900 km van ons verwijderd.
Deze 'Shetlands' (onze grootvaders kenden hiervoor nog geen andere naam dan Hitland welke ook steeds op oude Hollandse kaarten voorkomt) worden reeds veel eeuwen lang door Hollandse zeelieden bezocht, zulks in tegenstelling tot de wat dichterbij gelegen eilandengroep benoorden Schotland, de Orkaden.
Bij de, op ruim 60 graden Nb. gelegen, Shetlandse eilanden, placht nl. telkenjare de haringvisserij eind Mei of begin Juni aan te vangen. Alleen deze latere jaren, nu het er om gaat de heerlijke vette 'Noordmaatjes' zoveel mogelijk als 'groene', – d.w.z. licht gezouten 'Hollandse Nieuwe' aan te voeren, proberen onze haringvissers eerst in de regel wat dichter bij huis. Daar treft men in de regel ook wat kleiner soort aan dan de echte 'noordharing' en kleiner wil zeggen een groter aantal per ton, hetgeen door de handelaren wordt gewaardeerd. Meestal gelukt het op ongeveer 58 graden Nb., maar indien de harinkjes zich daar niet laten verschalken wordt het 'wat hogerop' gezocht en zodoende is ook thans de baai van Lerwick, veelal nog kortweg 'de baai' genoemd, bij de Katwijkers geen onbekend terrein.
Toen evenwel zeilschepen bij de haringvisserij dienst deden, was men te veel van de wind afhankelijk en kon er niet op worden gerekend, dat de op ± 58 graden Nb. gevangen haring als 'groen' tijdig aan de markt zou zijn. Zodoende lagen vroeger de Shetlands, gezien de veelal goede vangsten in de omgeving gedurende de maand Juni, meer 'in de lijn', en in de tijd van de hoekers en de buizen zou men deze eilanden als basis kunnen beschouwen van waaruit de Hollanders hun 'grote visserije' aanvingen.
Wij moeten hierbij niet vergeten, dat die hoekers en buizen voor een belangrijk deel van onze grote steden uit als Amsterdam, Rotterdam, Delfshaven enz., en niet te vergeten Enkhuizen, voeren en de betrokkenen zouden geen Hollanders geweest zijn, als zij er bij de uitreis niet aan hadden gedacht wat 'koopwaren' mede te nemen.
Ook de Schotten en Engelsen waren dan met het aan de wal benodigde personeel en hun veel kleinere schepen, op de Shetlands geconcentreerd voor de aanvang van het seizoen en te Lerwick, de voornaamste plaats op de eilanden, werd bij de komst van de Hollanders een levendige jaarmarkt gehouden.
Bij de bewoners zelf werd hun komst blijkbaar hogelijk gewaardeerd, zozeer zelfs dat de liefde voor de negotie in 1652 die voor het Britse vaderland bleek te overtreffen. Toen was nl. wat in onze vaderlandse geschiedenis bekend staat als de 'eerste Engelse oorlog' uitgebroken. Daarbij had het de Engelse vloot het allermeest op de haringvloot als een der voornaamste bronnen van welvaart voor de Nederlanders gemunt. De oude kwestie van het 'Mare Clausum', de gesloten en door de Engelsen belastbare zee, en die van de vrije visserij in de 'vrije zee' door de Hollanders, was op de spits gedreven. Daarom is deze oorlog wel een visserij-oorlog genoemd.
Maar de Shetlanders trokken zich weinig van de ideeën en de verboden van de Engelse Koning aan en de geschiedenis zegt, dat zij gewoon doorgingen met het ontvangen van de Hollanders en hun handel.
Waarschijnlijk zullen de eilanders thans wel meer saamhorigheidsgevoel met het Britse gemenebest bezitten, doch 25 jaar geleden brachten zij in gesprekken met buitenlanders nog graag naar voren dat zij geen Engelsen, doch Schotten waren en van geheel andere origine.
Een andere merkwaardigheid was hun antipathie tegen de van Londen uit gedicteerde invoerrechten op tabak. Shetlanders van alle rang en stand rookten daarom gaarne accijnsvrije Hollandse tabak waarvoor, tot nog in het begin dezer eeuw, de haringvissers zorgden, natuurlijk tegen een billijke vergoeding voor het vervoer en het risico. Mogelijk stopten echter ook de custom-house officers (douanen) zelf wel eens een pijpje 'Van Nelles' of 'Herenbaai'.
Maar nu Grootjes Poortje!
Wanneer ge op een kaart van voldoende groot bestek kijkt, zult ge zien dat de baai van Lerwick eigenlijk wordt gevormd door een verbreding van het vaarwater tussen twee eilanden: het grootste, Mainland, aan de Westkant en het veel kleinere, Bressay, aan de Oostkant van de baai.
 |
'Grootjes Poortje'.
Rotsformatie bij de Shetlandse eilanden. Op de achtergrond de vuurtoren van Bressay. Ongeveer op de plaats van het zeilschip heeft men een goed gezicht op 'Grootjes Poortje'; daar wierpen (werpen) de Hollandse vissers een muntstuk in zee, in de hoop geluk te hebben bij de visvangst.
|
Nog iets beoosten Bressay ligt het kleine rotseilandje Noss, een dorado voor broedende zeevogels. De bekende vogelkenner Jan Strijbos zou van deze eilanden meer kunnen vertellen. Hij is eens met een collega, na een reis met de motorlogger KW 176, schipper Teun van der Plas, hier afgezet met een zak rijst en een zak havermout als proviand. Terwijl de heren nu 1,5 à 2 maanden hier kampeerden in een omgeving welke blijkbaar ook voor hen een dorado was, bestond de enige afwisseling in het menu dat zij de ene dag rijst, havermout, rijst en de andere dag havermout, rijst, havermout nuttigden.
Vrijwel altijd wordt van de Zuidelijke toegang tot de baai van Lerwick gebruik gemaakt. Voordat men deze bereikt moet men dus eerst de hoge zuidpunt van het eiland Bressay, met vuurtoren, passeren. Deze punt heet op oude kaarten en bij Katwijkers nog altijd de Craanhouck. Kijkt men nu een weinig vóórdat men de Craanhouck dwars heeft, dus ± een halve mijl O.Z.O. van Bressay-vuurtoren in de richting van het eiland Noss, dus in Noordelijke richting, dan ziet men een rots waarvan de top verbonden is met het eiland Bressay, maar waarvan de voet op korte afstand van de steile rotswand van dit eiland in zee staat.
Op het moment dat men dwars door de opening onder bij de rots heen kan zien, ziet men door 'Grootjes Poortje'. Dat placht een zeer gewichtig moment te zijn. Niet dat het iets heel bijzonders zou zijn op een rotsachtige kust iets dergelijks te zien, er zijn elders nog wel grilliger rotsformaties waar te nemen.
Indien dan ook van Grootjes Poortje verder niets te vertellen was had het niet als titel hierboven behoeven te staan. Er gaat echter volgens de ouden een magische kracht van uit.
Men kan er, wanneer juist op het goede moment, d.i. wanneer men er bij het voorbijvaren de ruimste doorkijk heeft, een muntstuk overboord wordt geworpen, 'geluk' kopen.
Wilde men het komende seizoen van een goede vangst verzekerd zijn, dan mocht men deze kans niet ongebruikt voorbij laten gaan.
Door wie en wanneer deze nuttige eigenschap van Grootjes Poortje is ontdekt, is natuurlijk reeds lang vergeten. Zo goed als zeker niet door een bewoner van een der kustdorpen. Zij vormden slechts een bescheiden deel der bemanningen van hoekers en buizen en bepaalden zich hoofdzakelijk tot het bevaren der bomschuiten. Op deze schepen mag echter pas sinds 1857 officieel de gevangen haring worden gekaakt. Vóórdien golden tal van wettelijke voorschriften, welke het visserijbedrijf als een harnas omsloten, en toen mocht met bommen alleen steurharing worden aangevoerd. Bovendien mocht met deze schepen eerst nadat het seizoen reeds enkele maanden tevoren met hoekers en buizen ter hoogte van de Shetlands was geopend, voor het eerst ter haring worden afgevaren. Zij kwamen dus niet zo ver 'om de Noord'.
De oudste thans nog levende Katwijkers (en ook dito Noordwijkers) zeggen dan ook, dat men door de oude Vlaardingers, welke uitsluitend met hoekers en buizen voeren, met het 'offertje voor Grootjes Poortje', bekend raakte. Eerstgenoemden deden er toen ook wel aan; je kon eens nooit weten....! Om dezelfde reden liet men later nog wel de kleinste jongens aan boord op het juiste moment een cent of 2,5-centstuk overboord gooien. Er zijn er echter ook die aan die 'narigheid' nooit hebben gedaan.
Het is voor 'Grootjes Poortje' vrij diep en het gebrek aan koper e.d. is in Engeland in deze oorlogen niet zo nijpend geweest als bij onze Oosterburen. Anders zou het zeker de moeite waard zijn geweest er een of ander soort baggermolen te doen werken om het resultaat van een zeer oude gewoonte naar de oppervlakte te brengen. Hoe oud precies, zal niet meer kunnen worden nagegaan.
Tegenwoordig is men voor dergelijke dingen te nuchter geworden. Toch zou ik niet durven beweren dat de allerlaatste cent daar reeds is uitgeworpen.
Eén ding is zeker: de magische kracht van 'Grootjes Poortje' is verdwenen en het is gedegradeerd tot een merkwaardige rotsvorm zonder meer.
Eerder verschenen in Katwijks volksleven, samengesteld door de Commissie voor Volkskunde van de vereniging 'Oud-Leiden', (1951) 66-70. Oud-Leiden Serie 1.
Gepubliceerd met toestemming van de familie Varkevisser.
Meer informatie over de Lerwick, de Shetlandeilanden en hun historie is te vinden op www.douglassinclair.co.uk. |