Gekke finte

door Jaap van der Marel

In dit stukje passeren een aantal typische Katwijkse woorden en uitdrukkingen de revue, die u wellicht bekend zullen voorkomen.

Riddere
Riddere is schoonmaken, opruimen: De boel mot nòdig 'eridderd worde! In het Katwijks komt het werkwoord vrijwel alleen in de genoemde betekenis voor. In het ABN zijn de werkwoorden redderen en beredderen meer gangbaar. Het kan dan volgens de Van Dale ook regelen, schikken of in orde brengen betekenen. Als variant komt ridderen in het Nederlands eveneens voor. Strikt genomen is het dus geen typisch Katwijks werkwoord. Wat echter naar mijn mening wel echt Katwijks is, is de vaste uitdrukking: Daer is gien riddere an!, waarmee de Katwijker aanduidt dat iets onbegonnen werk is oftewel dweilen met de kraan open. Doorgaans wordt dit gezegd bij het aantreffen van een onbeschrijfelijke rotzooi. Het gezegde kan ook in overdrachtelijke zin gebruikt worden om een verstoorde situatie als niet oplosbaar te bestempelen.

Ridderskapitael
Als een bepaalde zaak erg duur is, dan zegt men in het dialect wel dat het een ridderskapitael kost. Voorbeeldzin: Die twie-onder-ien-kaphuize in die nieuwe buurt kosten 'n ridderskapitael.
Ik heb hier een theorie over. Volgens mij heeft het niets uit te staan met de ridder (de edelman). Ik denk dat het uit de scheepvaart en visserij afkomstig is en dat het oorspronkelijk betrekking heeft op het vermogen van een reder: rederskapitael dus. Immers, het is zeer aannemelijk dat onze voorouders, bewoners van een vissersdorp, bij hun voorstelling over grote rijkdom aan het vermogen van reders, die schepen bezaten en uitrustten, dachten. Ik geef mijn mening graag voor een andere als u een betere lezing voor de basis van het woord ridderskapitael heeft.

Gekke finte
Gekke finte zijn rare streken. Daer hè je zijn weer mit die gekke finte van 'm! In ABN is dit: Daar heb je hem weer met zijn rare streken! Het kon vroeger ook een heel specifieke (bij)betekenis hebben. Zo heb ik een vader eens tegen zijn zoon die op vrijersvoeten was horen zeggen: Ik vin alles goed, as je maer iet mit gekke finte thuis komt. Hiermee gaf de goede man impliciet te kennen dat hij van zijn zoon verlangde dat die zijn verstand gebruikte in de relatie met zijn vriendin en het niet zou laten aankomen op een gedwongen huwelijk.

Drullek en druiloor
Enige tijd geleden ontving ik een mail van een lezer die met zijn vriendin van mening verschilde over de betekenis van het Kattukse woord drullek. Nu bleken ze allebei wel een beetje gelijk te hebben. Het werkwoord drulleke heeft de betekenis van langzaam wakker worden (Ze zat te drulleke voor de taefel.), dagdromen en dralen of talmen (Zit iet zò te drulleke, skiet liever op!). Als zelfstandig naamwoord heeft het vrijwel altijd een meer negatieve betekenis: een drullek kan dan een vervelend, indolent persoon zijn. Zo wordt iemand die niet meedoet met een spel of feestelijkheden 'n dròge drullek genoemd.
Ik ben daar toch wat dieper ingedoken en zie nu een semantisch verband met de Nederlandse woorden druil, druilen en druiloor, die in wezen dezelfde beginklank hebben. Een druil of druiloor is een traag, lusteloos, lijzig persoon. In de druil wil zeggen in de sluimering en de meest gangbare betekenissen van druilen zijn: lusteloos zijn, overal tegenop zien en soezen of suffen. Verder kan men aan het weer en de regen ook de kwalificatie druilerig geven.
Al met al kunnen we stellen dat een drullek en een druiloor broertjes van elkaar zijn.

Heft
De meest verbreide betekenissen van het woord heft zijn handvat en wrak, in het bijzonder een wrak dat niet als zodanig kenbaar is, omdat het niet door betonning is aangeduid.
In het Katwijks bestaat echter nog een derde (figuurlijke) betekenis. Als men zegt: Dat wijf is een heft, dan hebben we te maken met een ongezeglijke kenau. Tegenwoordig heeft men het wel over een 'bitch'. Vileine kinderen worden ook met hefte aangeduid. Het woord heft is gereserveerd voor vrouwspersonen en kinderen. Een kwaadaardige volwassen kerel noemt men doorgaans geen heft; men duidt hem soms aan met fielt.

Wauweltje
Als u in het woordenboek gaat kijken, zult u tevergeefs naar dit woord zoeken.
Bekend is wel gewauwel voor langdurig en vervelend geklets. Verder bestaan er nog enkele afleidingen van het werkwoord wauwelen, dat kletsen, vervelend praten of treuzelen kan betekenen. In de Zuidnederlandse volkstaal komt de betekenis van wauwelen (kauwen, knabbelen) nog het dichtst bij de begripsinhoud van het Katwijkse woord wauweltje.
Een wauweltje is namelijk een klein brokje voedsel waarop gekauwd of geknabbeld kan worden, bijvoorbeeld dat laatste restje zoethout wat je als kind zo lang mogelijk in je mond hield tot het helemaal smakeloos was en in droge vezels uiteenviel.
Een wauweltje is ook een stukje voorgekauwd voedsel dat een moeder aan een baby geeft die in de fase zit om over te stappen van vloeibare naar wat vastere kost.

Eerder verschenen in Katwijk Speciaal, najaar 2005.

Copyright 2007 KatwijksWoordenboek.nl Ontwerp door Betterwebsites.nl